De therapie is ontwikkeld door mevrouw J.J.E de Jong - Koudstaal uit het Zeeuwse Burgh-Haamstede.
Als remedial teacher behandelde zij kinderen met leerstoornissen.
Daarbij experimenteerde zij met symetrische en fijn motorische beweegoefeningen.
Omdat dit vaak goede resultaten opleverde en steeds meer ouders haar hulp inriepen, ging zij op zoek naar de antwoorden op de vragen, die haar bezig hielden:
- Wat is de lichamelijke oorzaak van een leer en/of gedragsstoornis?
- Welke lichamelijke functies zijn betrokken bij het bevorderen van cognitieve vaardigheden d.m.v. bewegen?
Mevrouw de Jong is gaan studeren totdat zij verband tussen bewegen en leren had gevonden en de oorzaak van disfuncties kon opsporen.
Bijvoorbeeld:
Bij het leren lezen is het van belang dat de ogen goed kunnen samenwerken d.w.z zich langere tijd samen op één punt kunnen richten.
Zij moeten in staat zijn om langere tijd woorden in een zin van links naar rechts kunnen volgen. Dan pas kan via de oogzenuw de prikkel goed doorgegeven
worden aan de hersenen en kan de gelezen tekst worden verwerkt.
Disfuncties kunnen hun oorzaak hebben in:
- Bepaalde invloeden op het kind tijdens de zwangerschap
- Partiële beperkingen van de zenuwgeleiding, ontstaan tijdens geboorteproces of ten gevolge van een trauma
- Erfelijke factoren van ouders / grootouders
Het leren lezen, schrijven, spellen en rekenen is een proces, waarbij informatie uit de buitenwereld zintuiglijk waargenomen en verwerkt wordt.
Het goed kunnen zien, horen en bewegen speelt hierin een belangrijke rol.
Indien de ontwikkeling positief verloopt kan daarna de vaardigheid geautomatiseerd uitgevoerd worden.
Waarnemen, verwerken en automatiseren vinden plaats in ons zenuwstelsel dat beschouwd kan worden als ons orgaan om te leren.
Het zenuwstelsel bevat de hersenen, zenuwbanen van en naar de hersenen, het hormoonstelsel.
De leermogelijkheden en ook het gedrag van een kind zijn afhankelijk van de kwaliteit van dit leerorgaan dat ons leervermogen bepaalt
Het onvoldoende functioneren van bepaalde gedeelten ervan leidt tot leer en/ of gedragsproblemen, die dus beter kunnen worden omschreven als de gevolgen van een disfunctie.
Uitgangspunt van de BSM therapie is dan ook, dat bewegingen van het lichaam ingezet kunnen worden in de aanpak van leer en gedragsproblemen.
De diagnose van een BSM therapeut heeft dus altijd betrekking op de lichamelijke oorzaken van de leer en gedragsproblemen.